De bergweg vereiste altijd uiterste voorzichtigheid.
Michael reed alleen — een oude jeep, een stoffige weg, een verlaten pas. Hij was op weg terug van een zakenreis, besloot niet te haasten en sloeg een zijweg in, waar hij vroeger met zijn vader graag reed.
De lucht was helder, adelaars cirkelden boven de rotsen, en de zon zakte langzaam naar de horizon.
Hij stopte langs de kant van de weg om zijn benen te strekken en de frisse lucht in te ademen.
Niet ver daarvandaan, bij een bocht, stond een gedenkteken — een stenen plaat met een foto en een metalen naamplaatje. Iemand was hier jaren geleden gestorven.
Michael liep ernaartoe. Op de steen lagen verse bloemen, alsof iemand er onlangs nog was geweest.
Hij boog zich om de inscriptie te lezen:
“Ter nagedachtenis aan Tom Grayson. 1985–2018.”
De naam kwam hem vaag bekend voor. Maar toen hij naar de foto keek, stokte zijn adem.
Op de zwart-witfoto stond hijzelf.
Dezelfde blik, dezelfde vorm van het gezicht, zelfs hetzelfde moedervlekje onder het oog.
Alleen zag de man op de foto er iets ouder uit — uitgeputter, alsof hij nog enkele jaren had geleefd.
Michael verstijfde.
Hij pakte zijn telefoon om een foto te maken, maar de camera stelde niet scherp. Het scherm werd donker, alsof het weigerde vast te leggen wat hij zag.
Hij stapte achteruit, knipperde — en merkte dat de datum van overlijden overeenkwam met die van vandaag.
22 augustus.
Zijn hart bonsde. Hij draaide zich om — niemand. Alleen de wind die tussen de stenen floot.
Michael sprong in de jeep, startte de motor en reed weg.
Maar een paar kilometer verder zag hij in de achteruitkijkspiegel hetzelfde gedenkteken weer — hoewel hij zeker wist dat hij een andere richting was ingeslagen.
Later, beneden bij het benzinestation, vroeg hij aan de kassier:
— Daarboven, dat monument voor Tom Grayson — wie was hij?
De kassier fronste.
— Daar is al jaren niets meer. Dat monument is vijf jaar geleden weggehaald, toen ze de weg vernieuwden.
Michael verbleekte.
Hij zei niets meer.
Hij keek alleen in de achteruitkijkspiegel.
En voor een fractie van een seconde leek het alsof er iemand naast hem zat.
Dezelfde blik.
Dezelfde glimlach.
